Paaskaars
Paaskaars is een grote kaars (afbeelding), die
symbool staat voor Christus, het Licht van de wereld.
Elk jaar wordt tijdens de paaswake een nieuwe paaskaars (met het jaartal) de kerk
binnengedragen. De paaskaars is versierd met allerlei tekens, zoals: de Griekse letters alfa en omega (begin en einde) en vijf wierookkorrels (de vijf kruiswonden). |
Paaswake
De
Paaswake is de kerkelijke viering waarmee het hoogfeest van
Pasen begint. Dit feest begint al op de avond vóór
de dag van Pasen. We blijven wakker en ‘houden de wacht’ of ‘waken’ tot
het nieuwe licht verschijnt. De mensen in de kerk zitten in het donker
en begroeten het Licht van Christus. Ze verspreiden het licht door hun
kaarsje aan te steken aan een speciale kaars: de
paaskaars. |
Palmpaasstok
Een
Palmpaasstok bevat in de top een palmtakje (verwijzing naar
Palmzondag) met daar bovenop de een
broodhaantje (verwijzing naar Witte Donderdag);
de stok is gemaakt in de vorm van een houten kruis (verwijzing naar
Goede vrijdag) en wordt voorzien van
allerlei voorjaarssymbolen (die verwijzen naar Pasen),
zoals eieren, pruimen, rozijnen, slingers, e.d. Na een viering in de
kerk brengen kinderen deze naar mensen die vanwege hun leeftijd of
ziekte niet naar de kerk kunnen komen.(afbeelding) |
Palmpasen
Palmpasen is de populaire naam voor
Palm- of passiezondag, de zondag
waarmee de Goede week begint. |
Palm-
of Passiezondag
Palm- of
Passiezondag
is de
naam voor de zondag waarmee de
Goede week begint. Volgens oud gebruik maken kinderen een
palmpaasstok, die zij naar mensen brengen
die vanwege hun leeftijd of ziekte niet naar de kerk kunnen komen. |
Pasen
Pasen is het feest waarop we de verrijzenis van
Christus vieren. Het is het belangrijkste
christelijke feest. We vieren Pasen op de eerste zondag ná
de volle maan in de lente. Dat is elk jaar een andere datum. We
vieren ook Pasen op elke zondag. |
Passiezondag
Passiezondag
de oude
benaming van het tegenwoordige Palm- of
Passiezondag |
Paastijd
De paastijd is de tijd die duurt van paaszaterdag tot en met het hoogfeest van de Drie-eenheid
(de zondag na Pinksteren). |
Parochie
Een parochie is allereerst een bepaalde
gemeenschap van christengelovigen. Het komt van het Griekse werkwoord
paroikeoo, dat letterlijk betekent: erbij of ernaast wonen. Later werd het: in
den vreemde wonen, inwonen, zonder burgerrecht. Het leven van christenen is te vergelijken
met een pelgrimstocht in den vreemde.
Omdat christenen meestal in een bepaald gebied of territorium wonen, wordt met het woord
parochie vaak het gebied bedoeld. Er zijn ook parochies, die alleen voor bepaalde personen
zijn opgericht, voor studenten bijvoorbeeld, of voor Antilianen of voor Polen in ons land. |
Pastor
Iemand die pastoraal werk doet, wordt pastor genoemd, dat is
Latijn voor herder. Een pastor kan iemand zijn die tot
priester of diaken
is gewijd. Maar ook pastoraal werksters en
werkers worden vaak pastor genoemd, omdat zij een deel van het pastoraat verzorgen. |
Pastoraal werksters
Iemand die pastoraal werk doet, wordt vaak pastor genoemd. Dat kan iemand zijn die tot
priester of diaken
is gewijd. Maar ook pastoraal werksters en werkers worden vaak pastor genoemd,
omdat zij een deel van het pastoraat verzorgen. |
Pastoraat
Pastoraat is een ander woord voor de pastorale zorg, een verzamelwoord voor al het
werk dat door een pastor wordt gedaan. |
Pastoor
Een pastoor is een priester die
de leiding in een parochie heeft en aan wie het pastoraat
in een parochie is toevertrouwd. Hij is door de bisschop
benoemd. |
Pateen
De pateen (afbeelding) (van het
Latijnse patina) is een gladde, ronde schotel. Samen met de
kelk hoort deze bij het heilige vaatwerk (afbeelding) dat in de kerk wordt gebruikt. Het
binnenwerk van pateen en kelk is van goud. |
Paulus
Paulus is de Latijnse vorm van de Hebreeuwse naam Saul, dezelfde als de
eerste koning van de Israëlieten. Saulus betekent letterlijk 'hij om wie gebeden is'. Hij
studeerde bij de wijze rabbi Gamaliël. Paulus bestreed de opvattingen van Jezus en zijn
volgelingen en was het er mee eens dat diaken Stefanus met stenen werd bekogeld en
daardoor omkwam. Later onderweg naar Damascus om nieuwe 'christenen' gevangen te nemen,
viel hij van zijn paard. Er voltrok zich bij hem een wonderlijke bekering: vanaf dat
moment was hij vóór het christelijk geloof (Hnd 22). Met een beroep op zijn Romeins
staatsburgerschap mocht hij niet via de kruisdood omgebracht worden, maar door het zwaard.
Zijn attribuut is dan ook het zwaard. Dat is in het logo van de parochie (afbeelding) te zien. |
Paus
Paus (van het Latijnse papa = vader) Deze is de opvolger van Petrus, de bisschop van Rome. Hij is het hoofd van de katholieke Kerk.
De huidige paus heet Benedictum XVI. Hij is de 264e opvolger van Petrus.
|
Permanent diaken
Een permanent diaken is iemand die de laagste graad
van het wijdingssacrament heeft ontvangen met de bedoeling
blijvend (= permanent) diaken te blijven. In veel gevallen betreft het
een gehuwde man.
Vele permanente
diakens
blijven voor hun levensonderhoud na hun wijding
hun beroep uitoefenen.
Er zijn ook diakens die zijn volledig zijn vrijgesteld
voor hun ambt en zending. In dat geval worden zij er ook voor bezoldigd. |
Petrus
Petrus betekent letterlijk rots. Volgens het evangelie van
Johannes krijgt Simon, zoals Petrus eerst heette, direct bij de eerste ontmoeting met
Jezus de Aramese bijnaam kefas, wat in het Grieks 'petros' en het Latijn
'petrus' is. De andere evangelisten vertellen dat hij deze naam kreeg, toen hij openlijk
in Jezus de Messias erkende (Mt 16,13-20). Bij die
gelegenheid ontving hij van Jezus (symbolisch) de sleutels van het Rijk der Hemelen. Zijn
attribuut waarmee hij dikwijls wordt afgebeeld is dan ook sleutels. Het is ook in het logo
van de parochie (afbeelding) te zien.
Petrus was de eerste leerling van Jezus. Na de verrijzenis van Jezus neemt hij de leiding
van de gemeenschap in Jeruzalem op zich. Later kwam hij evenals
Paulus in Rome terecht en onderging hij de marteldood
onder keizer Nero (64-67). |
Pinksteren
Met Pinksteren viert de Kerk het feest
van de heilige Geest, de derde Persoon van de
Drie-eenheid. Het valt op deze vijftigste dag van
Pasen. Herdacht wordt dat de gaven van de Heilige
Geest aan de leerlingen worden geschonken en de Kerk is begonnen. Pinksteren is elk jaar een andere datum. |
Priester
Een priester is een man die door een
bisschop
is gewijd voor het kerkelijke dienstwerk. Mannen die priester willen worden, krijgen hun
vorming in een seminarie. |
Priesterkoor
Het priesterkoor (afbeelding) is de ruimte
rond het altaar die door een verhoging van de rest
van de kerk is onderscheiden. Deze ruimte is volgens de traditie alleen bestemd voor
degenen die een rol spelen in de liturgie: priester,
diaken, lector,
cantor en acoliet
of misdienaar. |
Profeet
Een profeet is een geroepene, iemand die
zijn mond durft open te doen en spreekt namens God. Het Griekse woord
profètès betekent letterlijk spreken voor of namens een ander. In de Bijbel protesteren profeten dikwijls tegen sociaal onrecht en valse
godsdienstigheid. Christenen hebben in Jezus de vervulling van de
belofte gezien, waar de vroegere profeten over spraken. |
Psalmen
Psalmen zijn bijbelse gedichten. In de Bijbel
staan 150 psalmen, verdeeld over vijf bundels. Deze gedichten gaan over vreugde en
verdriet, goed en kwaad, wanhoop en vertrouwen van mensen van alle tijden en plaatsen.
Maar door alles heen is er het geloof in God. De psalmen worden gebeden
of gezongen. Ze spelen een belangrijke rol in de liturgie
en vormen het hoofdbestanddeel van het getijdengebed. |
Pyxis
Een pyxis (afbeelding) is een
gesloten doos(je) waarin reeds gewijde hosties
bewaard kunnen worden. Vanaf de twaalfde eeuw wordt de pyxis vervangen door de
ciborie: deze vertoont gelijkenis met de
kelk, maar is gesloten met een deksel. |